JOL 2007, 78:Wet op de ondernemingsraden. Art. 46d sub b: uitzondering op adviesrecht i.v.m. zgn. politiek primaat; uitzondering op de uitzondering t.a.v. personele gevolgen: reikwijdte. Bij de onderwerpen die volgens art. 46d, aanhef en onder b, WOR van het adviesrecht van de ondernemingsraad zijn uitgezonderd, geldt de aan het slot van deze bepaling bedoelde uitzondering daarop alleen voor besluiten die strekken tot, of in het bijzonder gericht zijn op, de regeling van personele gevolgen. Het enkele feit dat aan het besluit personele gevolgen zijn verbonden, die op zichzelf ingrijpend kunnen zijn, is niet voldoende om deze uitzondering te aanvaarden. Nu t.a.v. het onderhavige beslissing (tot verzelfstandiging van een rijksinrichting) geen adviesrecht bestaat, mocht de ondernemingskamer niet het gehele besluit vernietigen, ook niet als i.v.m. de (ingrijpende) personele gevolgen van deze beslissing wel een uitzondering als vorenbedoeld zou moeten worden aanvaard. T.a.v. deze personele gevolgen is immers medezeggenschap mogelijk zonder dat de beslissing ter discussie behoeft te worden gesteld. De wet laat toe dat het adviesrecht aldus is beperkt en alleen tot gelding komt t.a.v. de personele gevolgen van een besluit.