Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 400
Cassatie: incidenteel verzoek tot schorsing verlof voorlopige tenuitvoerlegging: niet-ontvankelijkheid. Kinderalimentatie; draagkracht. De man kan in zijn verzoek tot schorsing van het verlof tot voorlopige tenuitvoerlegging niet worden ontvangen (zie HR 9 april 2004, NJ 2005, 130). Verwerping cassatieklachten met toepassing van art. 81 RO.
HR 13-04-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8170
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
13 april 2007
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, F.B. Bakels
- Zaaknummer
R06/048HR
- Conclusie
A-G Wesseling-van Gent
- LJN
AZ8170
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ8170, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑04‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ8170, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 13‑04‑2007
Essentie
Cassatie: incidenteel verzoek tot schorsing verlof voorlopige tenuitvoerlegging: niet-ontvankelijkheid. Kinderalimentatie; draagkracht.
De man kan in zijn verzoek tot schorsing van het verlof tot voorlopige tenuitvoerlegging niet worden ontvangen (zie HR 9 april 2004, NJ 2005, 130).
Verwerping cassatieklachten met toepassing van art. 81 RO.
Partij(en)
[De man], te [woonplaats], verzoeker tot cassatie, adv. mr. R.A. van der Hansz,
tegen
[De vrouw], te [woonplaats], verweerster in cassatie, niet verschenen.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 12 juli 2004 ter griffie van de rechtbank Middelburg ingediend ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.