RSV 1990, 311
CRvB, 30-05-1990, nr. WW1988/295
CRvB 30-05-1990, ECLI:NL:CRVB:1990:ZB1797
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
30 mei 1990
- Magistraten
Cras, Kasdorp, Spaas
- Zaaknummer
WW1988/295
- LJN
ZB1797
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:1990:ZB1797, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 30‑05‑1990
- Wetingang
WW (tekst sedert 1 jan. 1987) art. 26 lid 1 onder a; WW (tekst sedert 1 jan. 1987) art. 26 lid 1 onder b; WW (tekst sedert 1 jan. 1987) art. 26 lid 1 onder d; WW (tekst sedert 1 jan. 1987) art. 27; Beroepswet art. 69 lid 1
Essentie
Ontbreken verwijtbaarheid staat niet in de weg aan bevoegdheid tot toepassing sanctie
Meenemen verwijtbaarheid bij toepassen sanctiebevoegdheid; tekortschieten FBV-aanbevelingen ter zake
Toetsing sanctiebeschikkingen aan evenredigheidsbeginsel
Samenvatting
Vast staat dat betrokkene de op hem rustende verplichtingen, vervat in art. 26, lid 1, onder a, b en d, WW, niet, namelijk niet tijdig, is nagekomen. Hierbij wordt aangetekend dat de tekst van de hier genoemde voorschriften geen ruimte biedt om te oordelen dat, indien het niet-nakomen van de verplichtingen niet verwijtbaar is, de BV niet bevoegd is een sanctie toe te passen.
Dit laatste accentueert echter slechts de noodzaak voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.