RSV 1992/211
CRvB, 21-02-1992, nr. AAW/WAO1991/99
CRvB 21-02-1992, ECLI:NL:CRVB:1992:AK9558
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
21 februari 1992
- Magistraten
Spaas, Van Den Hurk, De Guasco
- Zaaknummer
AAW/WAO1991/99
- LJN
AK9558
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:1992:AK9558, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 21‑02‑1992
- Wetingang
AAW art. 5 lid 1 (tekst sedert 1 jan. 1987); WAO art. 18 lid 1 (tekst sedert 1 jan. 1987); Beroepswet art. 69 lid 1
Essentie
Uitlooptermijn bij afschatting — zorgvuldigheidsbeginsel
Samenvatting
De bij het nemen van een herzienings- of intrekkingsbeslissing in acht te nemen zorgvuldigheid brengt mee dat aan een betrokkene na confrontatie met de opvatting dat hij ongeschikt is voor zijn eigen werk maar geschikt is voor ander passend werk een zogeheten uitlooptermijn wordt gegund. Het is ingevolge vaste rechtspraak iets te verstrekkend het uitvoeringsorgaan steeds te houden aan een termijn van minimaal 3 maanden. Een termijn van korter dan 2 maanden vanaf de dag waarop de betrokkene met voormelde opvatting is geconfronteerd en op de hoogte is gebracht van de voor hem ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.