AB 1994, 303
CRvB, 21-12-1993, nr. WW1991/203, nr. WW1990/524, nr. WW1991/228, nr. WW1992/252
CRvB 21-12-1993, ECLI:NL:CRVB:1993:ZB2464, m.nt. W.A. Sinninghe Damsté
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
21 december 1993
- Magistraten
Hugenholtz, Talman, Van Sloten
- Zaaknummer
WW1991/203
WW1990/524
WW1991/228
WW1992/252
- Noot
W.A. Sinninghe Damsté
- LJN
ZB2464
- JCDI
JCDI:ADS865705:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:1993:ZB2464, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 21‑12‑1993
- Wetingang
WW art. 25; WW art. 27; EVRM art. 6; IVBP art. 14 lid 7
Essentie
Opleggen WW-sanctie geen strafvervolging in de zin van art. 6 EVRM; WW-sancties gesteld op overtredingen van louter administratieve aard niet onder het ‘criminal-charge’ begrip; ‘ne-bis-in-idem’-beginsel van art. 4 lid 1 zevende protocol EVRM niet verbindend; evenmin beroep mogelijk op art. 14 lid 7 IVBP.
Samenvatting
Het uitgangspunt van eiser is dat het toepassen van een sanctie als hier in geding aangemerkt moet worden als het instellen van een strafvervolging in de zin van art. 6 EVRM. Of dit zo is, hangt niet alleen af van de kwalificatie die de wetgever aan de sanctie geeft, maar medebeslissend ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.