RSV 1994/260
CRvB, 05-04-1994, nr. AAW1991/672, nr. AAW1991/673, nr. AAW1991/674
CRvB 05-04-1994, ECLI:NL:CRVB:1994:ZB5385
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
5 april 1994
- Magistraten
Spaas, Van den Hurk, Hoogenboom
- Zaaknummer
AAW1991/672
AAW1991/673
AAW1991/674
- LJN
ZB5385
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:1994:ZB5385, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 05‑04‑1994
- Wetingang
AWB art. 8:75; Aanp.wet AWB III art. I lid 7 onder 6
Essentie
De kosten van het geding in eerste aanleg, dat vóór 1–1-'94 is beëindigd, kunnen niet worden betrokken in een proceskostenveroordeling o.g.v. art. 8:75 Awb
Samenvatting
M.b.t. de door betrokkene opgevoerde kosten van het geding voor de RvB, dat vóór 1–1-'94 is beëindigd, heeft het volgende te gelden. Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 2–3-'94, nr. 29.281, heeft de Hoge Raad voor de uitleg van art. I, zevende lid, van onderdeel 6 van de Wet van 16–12-'93, Stb. 650, zoals nader gewijzigd, beslissend geacht hetgeen de minister van Justitie aan het slot van de behandeling van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.