AB 1996, 191
CRvB, 08-11-1995, nr. 94/1586ZW
CRvB 08-11-1995, ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1486, m.nt. W.A. Sinninghe Damsté
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
8 november 1995
- Magistraten
Van der Net, Hoogeveen, Van Voorst
- Zaaknummer
94/1586ZW
- Noot
W.A. Sinninghe Damsté
- LJN
ZB1486
- JCDI
JCDI:ADS864743:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1486, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 08‑11‑1995
- Wetingang
AWB art. 8:73; ZW art. 47; BW art. 6:83; BW art. 6:119
Essentie
Wettelijke rente; aansluiting bij civielrechtelijk schadevergoedingsrecht; moment van opeisbaarheid vertragingsrente; ingangsdatum; berekening rente over bruto uitkering; verrekening.
Samenvatting
De schade die gevormd wordt door de wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het moment dat het uitvoeringsorgaan dit ziekengeld zou hebben moeten uitkeren indien het onrechtmatig geoordeelde besluit zou hebben geluid zoals het rechtens had moeten luiden.
Voor de berekening van de wettelijke rente dient te worden uitgegaan van de bruto-uitkering.
Bij de berekening van de wettelijke rente dient rekening te worden gehouden met hetgeen het uitvoeringsorgaan krachtens een sociale zekerheidswet over hetzelfde tijdvak heeft moeten verrekenen of aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.