JABW 1997, 70
CRvB, 04-03-1997, nr. 96/3505ABW
CRvB 04-03-1997, ECLI:NL:CRVB:1997:AJ9241
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
4 maart 1997
- Magistraten
C.G. Kasdorp, G.A.J. van den Hurk, P. Lourens
- Zaaknummer
96/3505ABW
- LJN
AJ9241
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid bijstand (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:1997:AJ9241, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 04‑03‑1997
Essentie
Hoorplicht bij behandeling van bezwaarschrift; kennelijke ongegrondheid.
Samenvatting
De Raad is met de rechtbank van oordeel dat van een kennelijke ongegrondheid (art. 7:3 Awb) eerst kan worden gesproken indien uit het bezwaarschrift zelf reeds aanstonds blijkt dat de bezwaren ongegrond zijn en dat er redelijkerwijs over die conclusie geen twijfel mogelijk is.
In dit geval — van gedeeltelijke gegrondverklaring van het bezwaar — kan niet worden gesproken van een kennelijke ongegrondheid, als bedoeld in de art. 7:2 en 7:3 Awb. De Raad ziet aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en met toepassing van art. 8:72 Awb te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.