RSV 1998, 326
CRvB, 11-08-1998, nr. 97/4857AAW/WAO
CRvB 11-08-1998, ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7881
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
11 augustus 1998
- Magistraten
Van der Kade, Schoemaker, Van Male
- Zaaknummer
97/4857AAW/WAO
- LJN
ZB7881
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7881, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 11‑08‑1998
- Wetingang
Essentie
Nieuwe toestemming vereist voor achterwege laten zitting
Samenvatting
Een goede procesorde brengt mee dat een door een partij gegeven toestemming voor het achterwege laten van het onderzoek ter zitting geen gelding meer heeft nadat stukken, hetzij door een partij, dan wel door de rechter ambtshalve, aan de gedingstukken zijn toegevoegd.
Dit betekent dat een zitting alleen dan achterwege had mogen blijven wanneer beide partijen opnieuw om toestemming als bedoeld in artikel 8:57 Awb was gevraagd.
Partij(en)
Uitspraak in het geding tussen A.C.M. B., wonende te A., appellant, en het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.