AB 2000, 214
Bezwaarschriftprocedure; gronden bezwaar; hoorplicht; motiveringsplicht; in stand laten rechtsgevolgen.
CRvB 07-03-2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AN6334, m.nt. H.E. Bröring
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
7 maart 2000
- Magistraten
Treffers, Van der Kolk-Severijns, Van Male
- Zaaknummer
98/4838NABW
- Noot
H.E. Bröring
- LJN
AN6334
- JCDI
JCDI:ADS864986:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2000:AN6334, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 07‑03‑2000
- Wetingang
AWB art. 6:5 lid 1 aanhef onder d; AWB art. 6:6; AWB art. 7:2 lid 1; AWB art. 7:3 aanhef onder a; AWB art. 7:12 lid 1; AWB art. 8:72 lid 3
Essentie
Bezwaarschriftprocedure; gronden bezwaar; hoorplicht; motiveringsplicht; in stand laten rechtsgevolgen.
Samenvatting
De Raad stelt vast dat appellant niet is gehoord en dat in het bestreden besluit niets is vermeld aangaande de reden voor het niet horen van appellant over het door hem ingediende bezwaar. Hieruit volgt dat het bestreden besluit wegens strijd met art. 7:12 lid 1 Awb dient te worden vernietigd en tevens dat de aangevallen uitspraak geen stand houdt. Van de zijde van appellant is, ook nadat de gelegenheid tot herstel van het verzuim was geboden, volstaan met een blote ontkenning van de door gedaagde aan het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.