AB 2000, 343
Geen bevoegdheid boete op te leggen voor feit dat plaatsvond voor inwerkingtreding wet boeten
CRvB 10-05-2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AA6466, m.nt. F.J.L. Pennings
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
10 mei 2000
- Magistraten
Haverkamp, Zwart, De Vries
- Zaaknummer
98/4586AKW
- Noot
F.J.L. Pennings
- LJN
AA6466
- JCDI
JCDI:ADS865000:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2000:AA6466, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 10‑05‑2000
- Wetingang
Essentie
Geen bevoegdheid boete op te leggen voor feit dat plaatsvond voor inwerkingtreding wet boeten.
Samenvatting
In de systematiek van de wet en het Boetebesluit gaat het om feiten en omstandigheden waaruit voor degene die aanspraak maakt op kinderbijslag een verplichting voortvloeit; gegeven het onlosmakelijk en onmiddellijk verband tussen feit, verplichting en overtreding maakt het eerst vermelde onderdeel een essentieel deel uit van de delictsomschrijving. Dat deel dient dan ook binnen de temporele werkingssfeer van de Wet boeten te vallen.
Partij(en)
De Sociale Verzekeringsbank, appellant
tegen
A., wonende te B., gedaagde
Uitspraak
Op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.