JABW 2003, 101
Vaststelling vermogen; verkeersongeval; verzekeringsuitkering; schadevergoedingssmartengeld; arbeidsvermogen; beëindiging; terugvordering; verdragsbepalingen
CRvB 04-03-2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AF6329
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
4 maart 2003
- Magistraten
N.J. van Vulpen-Grootjans, J.M.A. van der Kolk-Severijns, R.H.M. Roelofs
- Zaaknummer
02/2939NABW
03/935NABW
- LJN
AF6329
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2003:AF6329, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 04‑03‑2003
Essentie
Vaststelling vermogen; verkeersongeval; verzekeringsuitkering; schadevergoedingssmartengeld; arbeidsvermogen; beëindiging; terugvordering; verdragsbepalingen
Samenvatting
Op 30 mei 1982 overkwam betrokkene een verkeersongeval en sindsdien werd hem bijstand verleend. In augustus 1997 heeft hij met de verzekeringsmaatschappij een vaststellingsovereenkomst gesloten en is aan schadevergoeding ƒ 636 991 toegekend. Als toekomstig arbeidsverlies is inbegrepen ƒ 500 000. Na beëindiging is de bijstand teruggevorderd. Ter uitvoering van JABW 2002/172 heeft de rechtbank de terugvordering over 1986–1992 vervallen verklaard.
Betrokkene stelt dat de op 1997 uitbetaalde schadevergoeding betrekking heeft op de aanbrekende periode en dus niet over de bijstandsperiode. Volgens de Raad geldt als uitgangspunt dat indien ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.