JWWB 2004, 93
Vermogen, onroerend goed buitenland, geldlening, redelijkerwijs kunnen beschikken, onderbewindstelling, invoeringsrecht WWB, verlaging uitkering
CRvB 29-01-2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AO3782
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
29 januari 2004
- Magistraten
mrs. G.A.J. van den Hurk, drs. N.J. van Vulpen-Grootjans en C. van Viegen
- Zaaknummer
03/6154NABW
- LJN
AO3782
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2004:AO3782, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 29‑01‑2004
- Wetingang
Abw art. 14; Abw art. 14a; Abw art. 24 onder a; Abw art. 51 lid 1; Abw art. 106 ; Inwerkingtredingsbesluit WWB; IWWB art. 2 onder a; Invoeringsregeling WWB art. 2 lid 1
Essentie
Vermogen, onroerend goed buitenland, geldlening, redelijkerwijs kunnen beschikken, onderbewindstelling, invoeringsrecht WWB, verlaging uitkering
Samenvatting
In geschil is de vraag of betrokkene redelijkerwijs over haar vermogen kan beschikken dat is gebonden in een onroerende zaak in Marokko. Het college van B&W heeft — ten einde betrokkene in de gelegenheid te stellen het in de woning gebonden vermogen te gelde te maken — bepaald dat de bijstandsverlening aan betrokkene wordt voortgezet tot uiterlijk 1 december 2002 en betrokkene tevens een boete opgelegd van € 45 wegens schending van de aan de bijstandsuitkering verbonden inlichtingenverplichting. In bezwaar is de beëindigingdatum gesteld op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.