RSV 2004, 267
CRvB, 09-06-2004, nr. 02/337WW, nr. 02/263WW
CRvB 09-06-2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8099
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
9 juni 2004
- Magistraten
mrs. Hoogeveen, Goorden en Rottier
- Zaaknummer
02/337WW
02/263WW
- LJN
AQ8099
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8099, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 09‑06‑2004
- Wetingang
art. 20 lid sub b
Essentie
Schatting achteraf van gewerkte dagen en uren — betekenis oordeel strafrechter — twijfel voor risico betrokkene
Samenvatting
Op basis van getuigenverklaringen van derden heeft het UWV schattenderwijs vastgesteld dat betrokkene in bepaalde WW-perioden op een bepaald aantal uren gewerkt heeft zonder dat hij dit aan het UWV opgegeven heeft. Het Gerechtshof heeft betrokkene vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
De CRvB acht echter voldoende onderbouwing aanwezig voor de schatting van het UWV. De twijfel omtrent de juistheid van de schatting kan niet ten voordele van betrokkene strekken, nu de omstandigheid dat achteraf een schatting moest worden gemaakt het gevolg ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.