JWWB 2005, 25
Bijzondere bijstand, formele rechtskracht, nieuwe aanvraag, verhoging aflossingsbedrag
CRvB 23-11-2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR6196
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
23 november 2004
- Magistraten
mrs. G.A.J. van den Hurk, C. van Viegen en J.J.A. Kooijman
- Zaaknummer
02/4149NABW
02/4150NABW
- LJN
AR6196
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2004:AR6196, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 23‑11‑2004
- Wetingang
Awb art. 4:6
Essentie
Bijzondere bijstand, formele rechtskracht, nieuwe aanvraag, verhoging aflossingsbedrag
Samenvatting
Bij besluit van 21 februari 2000 heeft het college van B&W afwijzend beslist op een aanvraag van betrokkenen om bijzondere bijstand ingevolge de Abw voor vergoeding van schulden ontstaan door een veroordeling tot vergoeding van proceskosten, op de grond dat deze kosten niet noodzakelijk zijn. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden. Nieuwe aanvraag is op grond van art. 4:6 Awb terecht afgewezen omdat geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden (verhoging aflossingsbedrag op de schuld door de deurwaarder is in casu niet als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.