AB 2006, 215
Loonsanctie.
CRvB 22-02-2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV2317, m.nt. H.E. Bröring
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
22 februari 2006
- Magistraten
Mrs. Van Voorst, Wulffraat-van Dijk, Bruning
- Zaaknummer
04/3256WAO
04/3257WAO
- Noot
H.E. Bröring
- LJN
AV2317
- JCDI
JCDI:ADS60578:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2006:AV2317, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 22‑02‑2006
- Wetingang
WAO art. 71a
Essentie
Loonsanctie.
Samenvatting
De Raad is van oordeel dat, gelet op de wetsgeschiedenis van art. 71a lid 9 WAO, de opdracht aan het Uwv in de tweede zin van dit artikellid betekent dat het tijdvak waarover de werkgever het loon aan de werknemer moet doorbetalen mede dient te worden afgestemd op de periode die de werkgever wordt geacht nodig te hebben om alsnog voldoende reïntegratie-inspanningen te verrichten. De periode die daadwerkelijk nodig is voor het alsnog verrichten van voldoende reïntegratie-inspanningen kan veel korter zijn dan de vier maanden van art. 5 lid 2 Beleidsregels verlenging loondoorbetaling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.