De aanmerkelijkbelangregeling in internationaal perspectief
Einde inhoudsopgave
De aanmerkelijkbelangregeling in internationaal perspectief (FM nr. 123) 2007/1.4:1.4 Methode van onderzoek
De aanmerkelijkbelangregeling in internationaal perspectief (FM nr. 123) 2007/1.4
1.4 Methode van onderzoek
Documentgegevens:
Mr. dr. F.G.F. Peters, datum 01-03-2007
- Datum
01-03-2007
- Auteur
Mr. dr. F.G.F. Peters
- JCDI
JCDI:ADS366237:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Buitenlands belastingplichtige
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Belastingplichtige
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de door Herweijer 2003, blz. 31-32, onderscheiden juridische onderzoeksmethoden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het onderzoek heb ik gebruik gemaakt van diverse juridische onderzoeksmethoden.1 In de eerste plaats is rechtshistorisch onderzoek verricht naar met name de totstandkoming van de verschillende onderdelen van de aanmerkelijkbelangregeling in de nationale wet, alsmede naar de totstandkoming van het verdrag met België 2001. In de tweede plaats is inventariserend onderzoek verricht van primaire bronnen – het gaat daarbij om het overzicht en de analyse van wetgeving in formele en materiële zin, jurisprudentie en verdragsrecht (zowel bilaterale belastingverdragen als het EG-verdrag) – en van literatuur. Daarbij heeft in de derde plaats toetsing van de consistentie van de nationale regeling plaatsgevonden. In de vierde plaats is de methode van toetsing aan hogere normen toegepast. Dit heeft plaatsgevonden met betrekking tot de interne consistentie van de nationale regeling, waarbij enerzijds is gelet op het gelijkheidsbeginsel (migrerende aanmerkelijkbelanghouders onderling en migranten versus ‘blijvers’) en anderzijds op de internationale aanvaardbaarheid van de aanknopingspunten van de aanmerkelijkbelangheffing. Voorts heeft deze toetsing ook plaatsgevonden bij de beoordeling van de effectiviteit van de exitheffingen en de vestigingsplaatsfictie(s) onder, respectievelijk hun verenigbaarheid met belastingverdragen en het EG-recht. In de vijfde plaats is de onderzoeksmethode van externe rechtsvergelijking toegepast ter verkrijging van inzicht in de aanmerkelijkbelangregeling van een ander land met het oog op het opsporen van aantrekkelijke alternatieven voor met name de Nederlandse emigratieheffing en het aanmerkelijkbelangvoorbehoud in de Nederlandse belastingverdragen. In het kader van de rechtsvergelijking zijn de reeds genoemde onderzoeksmethoden ook ten aanzien van het Duitse recht toegepast. Ten slotte is ook ontwerpend onderzoek verricht in die zin dat naar aanleiding van de verkregen inzichten enige voorstellen zijn gedaan tot aanpassing van de regeling in de nationale wet, alsmede van de aanmerkelijkbelangbepalingen in belastingverdragen en de BRK (zie met name paragraaf 2.3 en hoofdstuk 9).