RBP 2026/20
Cassatieprocesrecht. Geen beoordeling in cassatie van feiten die zich na het bestreden arrest hebben voorgedaan (art. 419 lid 2 Rv).
HR 19-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1950
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2025
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/03194
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- JCDI
JCDI:BSD100000:1
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1950, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:802, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Cassatieprocesrecht. Uitleveringsrecht. Voorgedane feiten na bestreden uitspraak. Geen beoordeling in cassatie van feiten die zich na het bestreden arrest hebben voorgedaan (art. 419 lid 2 Rv). Verklaring over detentieomstandigheden na arrest wordt niet meegewogen.
Samenvatting
De Verenigde Staten hadden de (Nederlandse) Staat verzocht om uitlevering van betrokkene wegens verdenking van moord op zijn vrouw. De uitleveringskamer van de rechtbank Amsterdam achtte de uitlevering toelaatbaar, waarna de minister van Justitie en Veiligheid besloot de uitlevering toe te staan. Betrokkene startte een kort geding om uitlevering te voorkomen. Subsidiair vorderde hij een uitleveringsverbod tot de Staat bindende, concrete ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.