Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/15.2.3
15.2.3 Formeel toepassingsbereik van Afdeling 3 EEX-V°/Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS411956:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 15 september 1994, zaak C-318-93, Brenner en Noller/Dean Witter Reynolds, Jur. 1994, p. 1-4275, NJ 1995, 420, r.o. 17.
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597, r.o. 57 waarover o.m. Zilinsky, Ondernemingsrecht, 2001, p. 438.
Vlas, Rechtsvordering, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a — 241.
Par. 7.2.
Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 119; anders: Verheul, Rechtsmacht, p. 70, die in het geval dat de eiser wel maar de verweerder geen woonplaats heeft in een verdragsluitende staat slechts art. 17 Verdrag van toepassing acht.
Vlas, Rechtsvordering, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a — 241.
Anders: Strikwerda, Inleiding NIPR, 7`1` druk, p. 278; Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 119.
Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 298.
Gothot/Holleaux, La Convention, p. 74, nr. 128; Gaudemet — Tallon, Les Conventions, p. 80 en 183; Gaudemet-Tallon, Compétence en EunDpe, p. 95 en 220; Holleaux/Foyer/ Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 383; Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 75 en 119; anders: Van Houtte, Europese 'PR-Verdragen, p. 63 en Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 71.
De Bra, Verbraucherschutz, p. 192.
De Bra, Verbraucherschutz, p. 192.
Kropholler, EZPR, p. 210, nr. 6.
Afdeling 3 EEX-V°Nerdrag is in beginsel slechts van toepassing, indien de verweerder zijn woonplaats heeft op het grondgebied van een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat. Het Hof van Justitie heeft dat nog niet expliciet geoordeeld voor het toepassingsbereik van Afdeling 3. Voor de vergelijkbare Afdeling 4 is dat echter reeds uitgemaakt in het arrest Brenner/DWR.1 Gelet op de gelijke inhoud, structuur en strekking van de Afdelingen 3 en 4, meen ik dat voor Afdeling 3 hetzelfde geldt. Een uitzondering op de regel dat de verweerder woonplaats dient te hebben in een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat is opgenomen in art. 9 lid 2 EEX-V°/8 lid 2 Verdrag dat van toepassing is op verzekeraars met woonplaats buiten de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten. Afdeling 3 is op verzekeraars met woonplaats buiten de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten van toepassing zodra zij een filiaal, agentschap of enige andere vestiging hebben op het grondgebied van een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat.
De woonplaats van de eiser is niet van belang en mag zich ook buiten de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten bevinden.2 Dat volgt a contrario uit art. 8 EEX-V°/7 Verdrag alwaar uitdrukkelijk is bepaald dat art. 4 EEX-V°Nerdrag onverkort van toepassing is. Art. 4 EEX-V°Nerdrag houdt in, dat het commune internationaal privaatrecht van elke EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat de bevoegdheid bepaalt zodra de verweerder geen woonplaats heeft in een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat. Het commune internationaal privaatrecht omvat mede de exorbitante fora en blijft buiten het toepassingsbereik van Afdeling 3 de bevoegdheid van de rechter in verzekeringszaken regelen.3 De woonplaats van de eiser is wel van belang in art. 10 lid 1 sub b EEX-V°/8 lid 1 sub b Verdrag dat uitdrukkelijk bepaalt dat de verzekeringnemer die eisende partij is, de vordering tegen de verzekeraar kan brengen voor de gerechten van de EG-lidstaten respectievelijk verdragsluitende staten van zijn woonplaats.
Het beginsel dat de verweerder woonplaats in een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat moet hebben, kent de volgende uitzonderingen:
In afwijking van art. 4 EEX-V°Nerdrag is bij een forumkeuze krachtens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag slechts noodzakelijk dat één van de partijen woonplaats heeft in een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat (eiser of verweerder) en het gerecht of de gerechten van een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat is c.q. zijn aangewezen.4 Daarmee neemt art. 23 EEX-V°/17 Verdrag een bijzondere positie in. Bij een forumkeuze zal immers nooit tevoren duidelijk zijn welke partij eiser of verweerder zal zijn. Toch moeten partijen (rechts)zekerheid hebben over het regime dat de forumkeuze zal beheersen. Op grond van dezelfde reden neem ik aan dat een forumkeuze binnen het bereik van art. 13 EEX-V°/12 Verdrag komt, indien één van de partijen woonplaats heeft binnen een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat. Art. 13 EEX-V°/12 Verdrag is van toepassing ongeacht de vraag welke partij woonplaats heeft in een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat: eiser of verweerder.5 Art. 13 EEX-V°/12 Verdrag heeft derhalve een ruimer toepassingsbereik dan de art. 8 — 12 EEX-V°/7 — 11 Verdrag en is ook van toepassing indien de verweerder woonplaats heeft buiten de EG-lidstaten respectievelijk verdragsluitende staten.
Indien geen van de partijen woonplaats heeft in een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat, maar een forum in een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat is aangewezen, rij st de vraag of art. 13 EEX-V°/12 Verdrag van toepassing is. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is niet van toepassing, maar dat behoeft niet doorslaggevend te zijn. Afdeling 3 bepaalt immers in beginsel zelfstandig de bevoegdheid betreffende verzekeringsovereenkomsten. Gezien de beschermingsgedachte6 ligt toepasselijkheid van art. 13 EEX-V°/12 Verdrag voor de hand. Anderzijds is de aanknoping met de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten bijzonder gering. Een ruime interpretatie leidt tot bescherming van partijen met woonplaats buiten het grondgebied van de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten. Het gaat om een soort `export' van de beschermingsgedachte buiten de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten. Naar mijn mening is een dergelijke forumkeuze niet onderworpen aan art. 13 EEX-V°/12 Verdrag, omdat de rechtsorde van de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten onvoldoende is betrokken door aanwijzing van een gerecht of de gerechten van een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat.7 Bovendien is Afdeling 3 slechts van toepassing, indien de verweerder woonplaats heeft in een EG-lidstaat of verdragsluitende staat. Een uitbreiding van de toepasselijkheid van Afdeling 3 tot deze categorie zou daarmee in strijd zijn. Een eventuele uitspraak zal daarentegen in andere EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten wel ten uitvoer kunnen worden gelegd. Op grond van art. 35 EEX-V°/28 Verdrag zal de aangezochte rechter in een andere EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat in dat geval de bevoegdheid van het gerecht van de staat van herkomst moeten toetsen aan Afdeling 3.8
Ten slotte rijst de vraag of art. 13 EEX-V°/12 Verdrag van toepassing is indien een forum buiten de EG-lidstaten respectievelijk verdragsluitende staten is aangewezen. Ik neem daarbij aan dat minimaal één van de partijen woonplaats heeft in een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is in deze situatie niet van toepassing, maar dat behoeft niet doorslaggevend te zijn. Gezien de beoogde bescherming is toepasselijkheid van art. 13 EEX-V°/12 Verdrag een sympathieke gedachte die strookt met de beschermingsgedachte van Afdeling 3. Meer dan een forumkeuze ten gunste van een gerecht in een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat, is de aanwijzing van een gerecht buiten de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten bezwaarlijk voor de verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde. Er is geen reden hem de bescherming van art. 13 EEX-V°/12 Verdrag tegen het meer belastende te onthouden daar waar hij tegen het mindere is beschermd.9 De aanknoping met de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten is weliswaar gering, maar de beschermingsgedachte van art. 13 EEX-V°/12 Verdrag stelt minder voor, indien de zwakke partij geen bescherming krijgt geboden tegen een keuze van een gerecht buiten de EG-lidstaten respectievelijk verdragsluitende staten. De niet toepasselijkheid van Afdeling 3 is dus mijns inziens niet te rijmen met de beschermingsgedachte. Ik wijs daartoe op art. 13 aanhef EEX-V°/12 aanhef Verdrag. In de aanhef is in algemene zin vermeld dat van de bevoegdheid van de bepalingen van Afdeling 3 slechts kan worden afgeweken door de daarna genoemde overeenkomsten. Een keuze voor een gerecht van een niet EG-lidstaat c.q. niet verdragsluitende staat noemt het art. niet, zodat een dergelijke forumkeuze geen rechtsgevolg heeft.10 Derhalve blijven de gerechten van de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten bevoegd in weerwil van een forumkeuze voor een gerecht van een niet EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat.
Tot slot vloeit de ongeldigheid van forumkeuzen voor gerechten van niet EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten voort uit art. 23 lid 5 EEX-V°/17 lid 3 Verdrag11 Deze bepaling kent een onbeperkt verbod voor forumkeuzen die afwijken van de bepalingen van art. 13 EEX-V°/12 Verdrag. Niettemin kan mijns inziens beter de systematiek van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag worden gevolgd, zoals ook voor de woonplaats van partijen gebeurt. De derogatie door forumkeuze wordt overgelaten aan het commune internationaal privaatrecht, indien een gerecht van een niet EG-lidstaat of verdragsluitende staat is aangewezen. Voor verzekeringsovereenkomsten zou dezelfde lijn kunnen worden gevolgd zodat Afdeling 3 en art. 23 EEX-V°/17 Verdrag beter op elkaar aansluiten12 Eventuele bescherming van de verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde kan plaats vinden in het commune internationaal privaatrecht.