Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.3.5
II.4.3.5 Objectivering door redelijkheid en billijkheid voorkomt willekeur
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS622745:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1984/85, 17496, 10, p. 15 en 16 (MvA II Inv.), Parl. Gesch. Boek 3, p. 1123-1124.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 57.
Vgl. ook Kleijn 1969, p. 294: ‘De omlijning door erflater zal dus zó moeten zijn, dat men daaraan steeds zal kunnen toetsen of de aanwijzing juist, d.w.z. in overeenstemming met de bedoeling van de erflater, is. Deze toetsing zal naar een objectief criterium kunnen plaatshebben, als men daarbij naar analogie met het bindend advies e.d. de beginselen van de goede trouw inschakelt (curs. NB).’
Vgl. Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 175 waarin is opgemerkt dat een verbintenis niet afhangt van de willekeur van de schuldenaar indien deze heeft gehandeld met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid.
Zie in dit kader ook HR 17 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3883, NJ 2000/184 waarin is beslist dat in het geval de inhoud van de nog te sluiten overeenkomst onvoldoende bepaald is, de ontbrekende elementen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid moeten worden ingevuld. Zie over de redelijkheid en billijkheid en haar rol in het verbintenissenrecht Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 55-59 en Asser/Hartkamp & Sieburgh 2014 (6-III), nr. 391 e.v. Zie voor omstandigheden die de werking van de redelijkheid en billijkheid beïnvloeden: Wolters 2013.
Zoals gezegd kan het soepele bepaaldheidsvereiste van art. 6:227 BW niet los worden gezien van de eisen van redelijkheid en billijkheid waardoor de verbintenisscheppende overeenkomst blijkens art. 6:248 BW (vgl. art. 1374-1375 oud BW) mede wordt beheerst.1Art. 6:248 lid 1 BW bepaalt dat een overeenkomst niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen heeft, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Leemten in de gemaakte afspraken van partijen kunnen zodoende door de redelijkheid en billijkheid worden aangevuld. Een van de basisbeginselen van het verbintenissenrecht is overigens sowieso de verplichting dat schuldeiser en schuldenaar zich jegens elkaar dienen te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 1 BW). De inhoud van de tussen partijen geldende regels wordt zodoende bij alle verbintenissen door de redelijkheid en billijkheid nader bepaald.2
Lid 2 van art. 6:248 BW brengt voorts de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid tot uitdrukking: een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel is niet van toepassing, voorzover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (vgl. art. 6:2 lid 2 BW waarin hetzelfde is bepaald voor verbintenissen in het algemeen).
In paragraaf 4.3.3.2 werd al duidelijk dat de redelijkheid en billijkheid (art. 1374 oud BW) voor de bepaaldheid van verbintenissen een belangrijke rol vervult. Zij zorgt voor de nodige objectivering.3 De partij of de derde aan wie de nadere invulling van de verbintenis wordt opgedragen, zal dit steeds met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid moeten doen. Hiermee wordt enig willekeurig handelen door deze partij of derde voorkomen.4 De redelijkheid en billijkheid (resp. goede trouw) objectiveert zo de subjectieve invulling van de partij of derde en fungeert hiermee mijns inziens als (boven)grens: bij de nadere vaststelling van de inhoud van de verbintenis mag de grens van de redelijkheid en billijkheid niet worden overschreden, noch door de andere partij (hetgeen ook al besloten ligt in art. 6:2 BW), noch door een derde.5
Wat kunnen we hiermee bij het testeren? Ik bekijk dit nader in paragraaf 6.6.