Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming van ondernemers in aanbestedingsprocedures (R&P nr. VG7) 2013/3.2.3.2
3.2.3.2 De theorie van de aanbestedingsovereenkomst
mr. A.J. van Heeswijck, datum 28-11-2013
- Datum
28-11-2013
- Auteur
mr. A.J. van Heeswijck
- JCDI
JCDI:ADS578417:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Aanbestedingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Jansen 2009, p. 40.
O.a. Asser/Van den Berg 7-VI, nr. 42; Van Nouhuys 1986, p. 39.
Van Nouhuys 1986, p. 45.
Asser/Van den Berg 7-VI, nr. 42.
RvA 24 december 1998, BR 1999, p. 361, m.nt. Van den Berg.
Jansen 2009, p. 33.
Asser/Van den Berg 7-VI, nr. 42.
Zonderland 1975, p. 260-261. Zie tevens Spier 1981, p. 61 en p. 64.
Jansen 2009, p. 43; Jansen 2010b, p. 79.
Jansen 2009, p. 43-52. Aanvulling van de aanbestedingsovereenkomst met - kort gezegd - de verplichting tot gelijke behandeling van inschrijvers met behulp van de wet vindt volgens Jansen plaats, wanneer de aanbesteder gebonden is aan (Europese) aanbestedingsregels of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Aanvulling van de aanbestedingsovereenkomst met behulp van de redelijkheid en billijkheid vindt plaats, wanneer de aanbesteder een particulier is. Zie tevens Jansen 2010b, p. 81-84.
Volgens de theorie van de aanbestedingsovereenkomst geldt de aankondiging van een opdracht of een uitnodiging tot inschrijving als aanbod om de aanbesteding volgens bepaalde spelregels te laten verlopen. De aanvaarding van dit aanbod zou volgen uit een kennisgeving van de ondernemer van zijn wens om aan de aanbesteding deel te nemen,1 of uit een andere gedraging, bijvoorbeeld het inschrijven op de aanbesteding.2 Aan de overeenkomst die aldus tot stand zou komen zijn verschillende namen gegeven, zoals ‘voorovereenkomst’, 3 ‘voorbereidende hulpovereenkomst ’,4 en de dooddoener ‘overeenkomst sui generis’.5 In navolging van Jansen hanteer ik het begrip ‘aanbestedingsovereenkomst’,6 dat in mijn ogen de lading van de overeenkomst het beste dekt.
Als aanbod en aanvaarding erop zijn gericht de aanbesteding volgens de procedureregels van een aanbestedingsreglement te laten verlopen, dan wordt de inhoud van de aanbestedingsovereenkomst door het van toepassing verklaarde aanbestedingsreglement bepaald.7 De inhoud van de aanbestedingsovereenkomst is lastiger vast te stellen, als er geen aanbestedingsreglement van toepassing is. Volgens Zonderland heeft de aanbestedingsovereenkomst “zwakke normen”, waarmee hij bedoelt te zeggen dat “de norm niet zo heel veel om hakken” heeft.8 Zonderland spreekt van “rechtjes” en “verplichtinkjes”, maar een beschrijving van de concrete inhoud daarvan laat hij achterwege. Jansen geeft wel een concrete invulling aan de rechten en verplichtingen die bij het sluiten van een aanbestedingsovereenkomst in het leven zouden worden geroepen. Volgens Jansen is de aanbesteder verplicht inschrijvers op gelijke en niet-discriminerende wijze te behandelen en transparantie in zijn handelen te betrachten. Dit is de kernverplichting van de aanbesteder.9 Wanneer de aanbestedingsovereenkomst niet zelf in deze verplichting voorziet, dan moet de aanbestedingsovereenkomst daarmee op grond van artikel 6:248 lid 1 BW met behulp van de wet of de redelijkheid en billijkheid worden aangevuld, aldus Jansen.10