Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/7.1
7.1 Inleiding
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS610735:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 7 en 6
Kamerstukken I 2009/10, 31758, B, p. 3; Handelingen I, 10 mei 2011, 26, p. 6.16; Van Duijvendak-Brand 2010, p. 553-560; ook Loth bestempelt artikel 80a RO als een (negatief) verlofstelsel, zie Loth 2009a, p. 8.
HR 11 september 2012, NJ 2013/241, NJ 2013/242, NJ 2013/243, NJ 2013/244, r.o. 2.4.2; hierover ook A-G Knigge in conclusie voor HR 19 maart 2013, NJ 2013/246, m.nt. Bleichrodt.
Zie hierover bijv. Van Kempen in zijn noot onder HR 18 februari 2014, NJ 2014/290; Keulen in zijn noot onder HR 20 mei 2014, NJ 2014/381; Van Dorst 2015, p. 117; Borgers 2013.
Artikel 80a RO geeft aan de Hoge Raad de mogelijkheid een cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren indien de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep instelt klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Deze toegangsvoorziening is niet tot bepaalde (lichte) strafzaken beperkt en kan daarnaast door alle kamers van de Hoge Raad worden toegepast (straf; civiel; belasting; algemeen). Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op grond van artikel 80a RO kan in strafzaken plaatsvinden na indiening van de cassatieschriftuur en mag met een standaardmotivering worden toegelicht. De bepaling is in 2012 ingevoerd om de Hoge Raad in staat te stellen zich op zijn kerntaken te concentreren, aldus de toelichting.1 Artikel 80a RO is bedoeld om aan die behoefte indirect tegemoet te komen, namelijk door cassatieberoepen met een “kansloos” karakter zo snel mogelijk uit te filteren.2 Thans wordt in strafzaken bijna 40% van alle cassatieberoepen op grond van artikel 80a RO niet tot cassatie toegelaten (1491 80a-afdoeningen in 2016).3
Bij de totstandkoming van artikel 80a RO heeft de wetgever met nadruk kwalificatie ervan als ‘verlofstelsel’ vermeden. Gesproken werd van een selectiemechanisme of selectie aan de poort.4 Onder meer Van Duijvendak-Brand en Loth aarzelden echter niet om voor artikel 80a RO de term ‘verlofstelsel’ te gebruiken.5 Ook in de terminologie uiteengezet in hoofdstuk 2 kan artikel 80a RO wel degelijk als verlofstelsel worden gekwalificeerd. Het artikel voorziet namelijk in de combinatie van inhoudelijke dan wel vrije toegangsbeoordeling met afgescheiden toegangsonderzoek – zo zal nog blijken. In dit hoofdstuk staat daarom de vraag centraal in hoeverre het verlofstelsel van artikel 80a RO toelaatbaar is met het oog op het verdragsrecht.
Dit hoofdstuk vangt in de paragrafen 2 en 3 aan met een uitgebreide beschrijving en analyse van de achtergrond en totstandkoming van het verlofstelsel in cassatie. Vervolgens wordt in de paragrafen 4 en 5 stilgestaan bij de ontvankelijkheidsvoorwaarden uit artikel 80a RO en het daaraan gekoppelde onderzoek. Daarna wordt in paragraaf 6 beoordeeld in hoeverre het verlofstelsel van artikel 80a RO onder het verdragsrecht toelaatbaar is. In paragraaf 7 wordt afgesloten wordt met conclusies en beschouwingen.6
Ter afbakening nog het volgende. Artikel 80a RO bevat niet alleen regels voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, maar is voor de Hoge Raad ook aanleiding geweest andere aspecten van de cassatieprocedure bij te stellen. Sinds inwerkingtreding van artikel 80a RO is het bereik van de verkorte motivering op grond van artikel 81 RO verruimd,7 lijkt in minder gevallen tot vernietiging te worden overgegaan en wordt ambtshalve cassatie minder toegepast dan voorheen.8 Op deze ontwikkelingen ‘na de poort’ wordt hieronder niet uitgebreid ingegaan.