M en R 1991, 13
Rb. Arnhem, 20-09-1990, nr. 1988/2478
Rb. Arnhem 20-09-1990, 1988/2478, m.nt. P.W.A. Gerritzen-Rode
Essentie
Vanaf 1976 is in ieder geval duidelijk geweest dat de overheid zich de zorg voor een schone bodem zou gaan aantrekken, in die zin dat saneringsmaatregelen een redelijkerwijs te verwachten reactie op ernstige gevallen van bodemverontreiniging vormden. De onrechtmatigheid staat vast. Gedaagde heeft immers bij herhaling en op een bedrijfsmatige wijze stoffen op de bodem geloosd, waarvan toentertijd (periode 1977–1981) reeds vastond dat zij een serieuze bedreiging voor de volksgezondheid en het milieu vormden. De rechtbank stelt voorop dat de Leidraad — een ministeriële circulaire — geen rechtsnormen inhoudt, met behulp waarvan de burgerlijke rechter de juistheid van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.