Prg. 1999, 5101
Wet bevat geen omissie ten aanzien van de bevoegdheid van de kantonrechter te oordelen over vernietigbare besluiten (5:130) en de rechtbank te oordelen over nietige besluiten (2:14) van een VvE.
Rb. Arnhem 19-11-1998, ECLI:NL:RBARN:1998:AI9818, m.nt. A.J.J. van der Heiden
- Instantie
Rechtbank Arnhem
- Datum
19 november 1998
- Magistraten
A.P.R. Helwig
- Zaaknummer
1997/2022
- Noot
A.J.J. van der Heiden
- LJN
AI9818
- JCDI
JCDI:ADS873108:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Genotsrechten
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBARN:1998:AI9818, Uitspraak, Rechtbank Arnhem, 19‑11‑1998
- Wetingang
BW art. 2:14; BW art. 5:120; BW art. 5:121; BW art. 5:130
Essentie
Wet bevat geen omissie ten aanzien van de bevoegdheid van de kantonrechter te oordelen over vernietigbare besluiten (5:130) en de rechtbank te oordelen over nietige besluiten (2:14) van een VvE.
Samenvatting
Eiser vordert verklaring voor recht dat besluit van VvE tot wijziging van het splitsingsreglement (in dier voege dat balkon- en voordeuren niet meer worden aangemerkt als gemeenschappelijk bezit) nietig is en gebod aan de vereniging tot herstel van schilderswerkzaamheden aan (de gemeenschappelijke gedeelten) van het appartement van eiser. In een incidentele vordering werpt VvE de exceptie van onbevoegdheid op, stellende dat de kantonrechter bevoegd is.
De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.