WR 2001, 90
Rb. Utrecht, 11-10-2000
Rb. Utrecht 11-10-2000, ECLI:NL:RBUTR:2000:ZL1062
- Instantie
Rechtbank Utrecht
- Datum
11 oktober 2000
- Zaaknummer
[2000-10-11/WR_16208]
- LJN
ZL1062
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Volkshuisvesting en wonen (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBUTR:2000:ZL1062, Uitspraak, Rechtbank Utrecht, 11‑10‑2000
- Wetingang
BW art. 1584
Essentie
De overeenkomst die recht geeft een deel van de oever te gebruiken voor het afmeren van een woonboot is een huurovereenkomst aangezien het perceelgedeelte voldoende is geïdentificeerd en het genot daarvan exclusief aan de huurder is overgelaten. De overeenkomst is in beginsel opzegbaar maar eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat de opzegging slechts tot beëindiging leidt indien er voldoende zwaarwegende belangen zijn. In casu dient het woonbelang van de huurder bescherming.
Uitspraak
Eisers in hoger beroep: Christina Elisabeth Brigitta van den Arend Schmidt-Oost Indië, wonende te Baarn en Theodor Willem Oost-Indië, wonende te Easttown Steading, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.