NJ 2003, 384
Stelplicht m.b.t. (hoofdelijke) aansprakelijkheid bestuurders bij faillissement.
Rb. Utrecht 02-04-2003, ECLI:NL:RBUTR:2003:AI1676
- Instantie
Rechtbank Utrecht
- Datum
2 april 2003
- Magistraten
Verhoeven
- Zaaknummer
144601/HAZA02-781
- LJN
AI1676
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBUTR:2003:AI1676, Uitspraak, Rechtbank Utrecht, 02‑04‑2003
- Wetingang
BW art. 2:10; BW art. 2:248
Essentie
Stelplicht m.b.t. (hoofdelijke) aansprakelijkheid bestuurders bij faillissement.
Samenvatting
Faillissement vennootschappen ten gevolge van Antilliaanse activiteiten. Vraag of bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld als bedoeld in art. 2:248 BW.
De rechtbank stelt voorop dat daarvan blijkens de wetsgeschiedenis sprake is, als onverantwoordelijk is gehandeld met de — objectief te bepalen — wetenschap, dat schuldeisers van de vennootschap door de handelwijze van het bestuur zouden worden gedupeerd. Het gebruik van de term ‘kennelijk’ beoogt daarbij aan te geven dat het onbehoorlijke karakter buiten kijf moet staan en dat een bestuurder in voorkomende gevallen het voordeel van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.