NJF 2004, 282
Verjaring. Met het uitgangspunt van WAM dat de benadeelde een direct verhaalsrecht heeft op de verzekeraar verdraagt zich niet dat de benadeelde uitkeringsinstantie geen mogelijkheid zou hebben om terzake (zekere) vorderingen die pas ontstaan na verloop van drie jaar na de ongevalsdatum direct verhaal te nemen op die verzekeraar.
Rb. Utrecht 04-02-2004, ECLI:NL:RBUTR:2004:AO3246
- Instantie
Rechtbank Utrecht
- Datum
4 februari 2004
- Magistraten
mr. P.W.M. de Wolf
- Zaaknummer
146961/HAZA02-1138
- LJN
AO3246
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verzekeringsrecht (V)
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBUTR:2004:AO3246, Uitspraak, Rechtbank Utrecht, 04‑02‑2004
- Wetingang
BW art. 3:310; WAM art. 1; WAM art. 10
Essentie
Verjaring. Met het uitgangspunt van WAM dat de benadeelde een direct verhaalsrecht heeft op de verzekeraar verdraagt zich niet dat de benadeelde uitkeringsinstantie geen mogelijkheid zou hebben om terzake (zekere) vorderingen die pas ontstaan na verloop van drie jaar na de ongevalsdatum direct verhaal te nemen op die verzekeraar. Binnen de driejarige verjaringstermijn van de WAM moet het mogelijk worden geacht toekomstige vorderingen te stuiten. Onderhandelingssituatie als bedoeld in art. 10 lid 5 WAM.
Partij(en)
- 1.
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, te Amsterdam,
- 2.
Stichting Pensioenfonds ABP, te Heerlen, eisers, proc. thans mr. B.F. Keulen,
tegen
- 1.
AXA Schade N.V. (voorheen: UAP-NieuwRotterdam ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.