De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/4.2.0:4.2.0 Introductie
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/4.2.0
4.2.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS375813:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 17 mei 1976, Stb. 1976, 286.
Kamerstukken II 1973-1974, 12 897, nr. 3 (MvT), p. 5-6.
Kamerstukken II 1973-1974, 12 897, nr. 3 (MvT), p. 6.
Kamerstukken II 1973-1974, 12 897, nr. 3 (MvT), p. 6. Zie ook Van der Heijden/Van der Grinten, Handboek (1992), nr. 362; Van den Ingh (2004), p. 228; Van den Ingh, diss. (1991), p. 254 en Geerts, diss. (2004), p. 62.
Kamerstukken II 2006-2007, 31 058, nr. 3 (MvT), p. 81-82.
Zie § 3.2.3 en § 3.2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de invoering van Boek 2 Nieuw BW in 1976 zijn een aantal bepalingen aangaande het pandrecht op en het vruchtgebruik van aandelen in de wet opgenomen.1 De pandhouder en de vruchtgebruiker zijn sindsdien, afhankelijk van hoe het stemrechtrecht is geregeld, enquêtebevoegd. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de toekenning van de enquêtebevoegdheid aan de pandhouder en de vruchtgebruiker zijn grondslag vindt in de gelijkstelling met de rechten van een houder van bewilligde certificaten.2 Bij die toekenning is een afwijkende regeling opgenomen voor vruchtgebruikers en pandhouders zonder stemrecht bij een BV. Dit verschil vloeit voort uit het besloten karakter van de BV. Met het oog op die beslotenheid komt de vruchtgebruiker en de pandhouder zonder stemrecht bij de BV alleen de rechten van houders van bewilligde certificaten toe als de statuten dit bepalen.3 Uit de wetsgeschiedenis blijkt voorts dat bij gebruikmaking van het enquêterecht door de aandeelhouder en de vruchtgebruiker of pandhouder van dat aandeel, het aandeel niet dubbel telt voor de berekening van de kapitaalseisen.
“Ten aanzien van de artikelen 2.3.4.4. en 2.6.3 [thans art. 2:110 BW en 2:346 BW, K.S.] spreekt het wel vanzelf dat bij gebruikmaking van de daarin bedoelde rechten door de aandeelhouder en de vruchtgebruiker van een aandeel, dat aandeel niet dubbel telt voor de berekening van het voorgeschreven gedeelte van het geplaatst kapitaal.”4
Bij invoering van de Wet Flex-BV in 2012 is de tekst van art. 2:197 lid 4 en 2:198 lid 4 BW aangepast aan de terminologie van het nieuwe BV-recht. In deze wetsbepalingen is het begrip “houders van certificaten van aandelen die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven” vervangen door “aan wie vergaderrecht toekomt.”5 De aanpassing heeft geen gevolg voor de enquêtebevoegdheid van pandhouders en vruchtgebruikers bij een BV, omdat de enquêteregeling geen onderscheid maakt tussen certificaten waaraan wel of geen vergaderrecht is verbonden (BV), evenmin als zij die maakt tussen certificaten die met of zonder medewerking zijn uitgegeven (NV).6