Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/15.4.1:15.4.1 Aanvangsmoment criminal charge
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/15.4.1
15.4.1 Aanvangsmoment criminal charge
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495874:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Kan met betrekking tot de nationale uitleg van het ‘criminal’-begrip in punitieve belastingzaken worden gezegd dat daarin niet werkelijk knelpunten schuilgaan, dit geldt niet zonder meer voor het ‘charge’-begrip. De betekenis van de ‘charge’ voor deze studie moet worden gezocht in het moment waarop de verdachte in punitieve belastingzaken een beroep toekomt op het in art. 6 EVRM gelezen recht tegen gedwongen zelfbelasting. Het eerder of later in de tijd leggen van dit aanvangsmoment door de nationale wetgever of – belangrijker – de rechter, beïnvloedt de (temporele) werkingssfeer van dit recht.1 Of sprake is van een uitleg en/of toepassing van het ‘charge’-begrip die afwijkt van de Straatsburgse rechtspraak, laat zich niet eenvoudig vaststellen. Het EHRM heeft geen eenduidige omschrijving van het criminal charge-begrip gegeven. Voor de onderhavige samenloopproblematiek geldt specifiek, zoals in het vervolg van dit onderdeel nog zal blijken, dat het ‘charge’-begrip daarin een weinig zichtbare rol speelt.
‘Substantially affected’-criterium EHRM: beïnvloeding verdedigingspositie verdachte
In hoofdstuk § 3.3.2.3 bleek dat de ‘charge’ volgens het EHRM niet alleen steunt op de ‘official notification’, maar ook ‘the test whether the suspect is substantially affected’. Deze uitleg impliceert dat sprake kan zijn van een beschuldiging, wanneer de verdachte nog niet formeel is aangeklaagd, dat wil zeggen nog geen daad van vervolging heeft plaatsgevonden, maar zijn verdedigingspositie al wel in belangrijke mate wordt beïnvloed door (onderzoeks)maatregelen van de autoriteiten.2 Vanwege dit (beïnvloedings)criterium kan de ‘charge’-fase zich uitstrekken tot (een deel van) het (voor)onderzoek in fiscale boete- en strafzaken, voordat de inspecteur en/of het OM de verdachte formeel hebben beschuldigd van de overtreding van een (in deze studie: fiscaal) voorschrift waarop een boete of straf is gesteld.
Redelijke verwachting verdachte omtrent vervolging; verwachtingscriterium HR
Min of meer in aansluiting op het beïnvloedingscriterium dient de criminal charge in punitieve belastingzaken zich volgens de belasting- en strafkamer van de HR aan wanneer de verdachte aan het handelen van de overheid redelijkerwijs de verwachting mag ontlenen dat aan hem een boete zal worden opgelegd of dat hij strafrechtelijk zal worden vervolgd (zie § 15.4.2). Dit zogenoemde verwachtingscriterium ligt mede ten grondslag aan het boeterechtelijk zwijgrecht in art. 5:10a Awb, dat de Straatsburgse jurisprudentie over het recht tegen gedwongen zelfbelasting in de bestuurlijke boeteprocedures beoogt te codificeren (zie § 15.4.3). In (fiscale) strafzaken wordt voor de toepassing van het zwijgrecht in art. 29 Sv en de andere verdedigingsrechten, in de regel aangesloten bij het redelijke vermoeden van schuld in art. 27 Sv. De ‘person charged’ speelt daarin een ondergeschikte rol (§ 15.4.4).