Prg. 1985, 2365
Rb. Rotterdam, 05-07-1985
Rb. Rotterdam 05-07-1985, ECLI:NL:RBROT:1985:AI7497
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
5 juli 1985
- Magistraten
Van Der Grinten, Van Den Ende-Wiefkers, Van Dunne
- Zaaknummer
[1985-07-05/PRG_32912]
- LJN
AI7497
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:1985:AI7497, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 05‑07‑1985
Samenvatting
Wederzijds goedvinden? Geen matiging van de loonvordering nu andere verdiensten van de werknemer daarvoor geen grond kunnen opleveren en in de omstandigheden van het geval evenmin aanleiding voor matiging wordt gezien.
Partij(en)
Dezelfde partijen als in de beide voorgaande zaken:
General Motors Continental SA Nederland, appellante
tegen
Harm Jan van Dobben de Bruyn, geintimeerde.
Uitspraak
De vaststaande feiten
12
De feiten die door de kantonrechter in zijn vonnis als vaststaand zijn aangenomen en in hoger beroep niet zijn bestreden, alsmede de feiten die op grond van het erkend zijn dan wel niet of niet voldoende weersproken zijn, tussen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.