RN 2006, 10
Versterferfrecht. Is in casu sprake van op ondubbelzinnige wijze vergeven van gedragingen in de zin van art. 4:3 lid 3 BW?
Rb. Rotterdam 14-12-2005, ECLI:NL:RBROT:2005:BC8872
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
14 december 2005
- Magistraten
Mr. E.M. Hofkes
- Zaaknummer
210053/HAZA04-301
- LJN
BC8872
- JCDI
JCDI:ADS871881:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Erfrecht / Algemeen
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2005:BC8872, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 14‑12‑2005
- Wetingang
BW art. 4:3
Essentie
Heeft de erflater zijn echtgenote haar poging tot doodslag op ondubbelzinnige wijze vergeven nu hij na het incident niet van haar is gescheiden?
Samenvatting
Een dronken vrouw steekt haar man met een groot keukenmes in de borst. De man doet aangifte. De vrouw wordt vervolgens door de rechtbank veroordeeld wegens het plegen van een poging tot doodslag. De vrouw verblijft enige tijd in de gevangenis. Uiteindelijk wordt er geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf (maar wel een werkstraf) opgelegd nu de vrouw tijdens de zitting te kennen heeft gegeven aan de alcoholverslaving te willen werken en de man en de vrouw ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.