RF 2007, 3
Betrouwbaarheidstoetsing. Welke belangenafweging heeft plaats bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van bestuurders van een financiële instelling door de AFM? (Quinta)
Rb. Rotterdam 26-07-2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AY7383
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
26 juli 2006
- Magistraten
Mrs. P. van Zwieten, J.M. Hamaker, C. Vogtschmidt
- Zaaknummer
BC06/2338-ZWI
- LJN
AY7383
- JCDI
JCDI:ADS871079:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2006:AY7383, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 26‑07‑2006
- Wetingang
WTE art. 21 lid 5
Essentie
Quinta. Welke belangenafweging heeft plaats bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van bestuurders van een financiële instelling door de AFM?
Samenvatting
De AFM haalt de registerinschrijving van cliëntenremisier Quinta door omdat Quinta effectenbemiddelingsactiviteiten heeft verricht die verder gaan dan het enkel aanbrengen van cliënten bij effecteninstellingen. Quinta en haar twee huidige bestuurders komen hier tegen op. Voorzover in hoger beroep nog relevant ligt de vraag voor of de bemiddelingsactiviteiten ten behoeve van twee producten van NWP een overtreding van art. 7 lid 1 Wte 1995 oplevert, en zo ja, of de Rb. Rotterdam heeft mogen oordelen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.