Gst. 2008, 132
130. Rb Rotterdam 6-8-08. Objectieve rechtvaardiging indirect onderscheid, godsdienstvrijheid. Handen schudden. (Rotterdam) m.nt. M.L.M. van de Laar
Rb. Rotterdam 06-08-2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BD9643, m.nt. M.L.M. van de Laar
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
6 augustus 2008
- Magistraten
mr. E. Mentink
- Zaaknummer
289300 / HA ZA 07-1924
- Noot
M.L.M. van de Laar
- LJN
BD9643
- JCDI
JCDI:ADS239770:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Ambtenarenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2008:BD9643, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 06‑08‑2008
- Wetingang
AWGB art. 1; AWGB art. 2; AWGB art. 5 lid 1
Essentie
Heeft de Gemeente tot de beslissing mogen komen om een orthodoxe moslim een functie als klantmanager niet te geven omdat deze kandidaat, op grond van zijn geloofsovertuiging, niet bereid is om vrouwen de hand te schudden?
Samenvatting
Dat de gemeente ervan heeft afgezien om eiser aan te stellen als klantmanager is naar het oordeel van de rechtbank een passend en noodzakelijk middel om het doel te bereiken bij de ontvangst van haar klanten geen onderscheid te willen maken tussen mannen en vrouwen. Het door de gemeente gemaakte (indirecte) onderscheid is derhalve objectief gerechtvaardigd. Van onrechtmatig handelen door de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.