NJ 1986, 14
Rb. Amsterdam, 23-09-1981
Rb. Amsterdam 23-09-1981, ECLI:NL:RBAMS:1981:AC7320
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
23 september 1981
- Magistraten
Van Breda, Fleers, Da Costa
- Zaaknummer
[1981-09-23/NJ_61581]
- LJN
AC7320
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:1981:AC7320, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 23‑09‑1981
- Wetingang
BW art. 1374; K art. 74o; K art. 75a (oud); K art. 75b (oud); K art. 75c (oud); K art. 75d (oud); K art. 75e (oud); K art. 75f (oud); K art. 75g (oud); K art. 75h (oud); K art. 75i (oud); K art. 75j (oud); K art. 75k (oud); K art. 75l (oud); K art. 75m (oud); K art. 75n (oud); K art. 75o (oud); K art. 75p (oud)
Essentie
Beeindiging contract handelsagent door principaal. Berekening schadeloosstellingen volgens art. 75j (oud) K. Toekenning daarnaast van bedongen goodwill-vergoeding (‘Ausgleich’).
Samenvatting
1. Art. 75j (oud) K geeft een maatstaf ter berekening van de krachtens art. 75i (oud) K verschuldigde schadeloosstelling. Deze laatste beoogt een vergoeding te zijn van de schade die de handelsagent lijdt door derving van inkomsten, die hij bij voortduren van de ontijdig opgezegde overeenkomst zou hebben genoten. Ter vaststelling van genoemde maatstaf dient daarom slechts te worden uitgegaan van het loon, op de betaling waarvan de agent in de in het tweede lid van art. 75j (oud) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.