NJF 2003, 71
Dexia-zaak. Toerekenbare tekortkoming?
Rb. Amsterdam 12-11-2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AN7990
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
12 november 2003
- Magistraten
mrs. C.J. Laurentius-Kooter, G. de Groot, S.P. Pompe
- Zaaknummer
253921/HAZA022570
- LJN
AN7990
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2003:AN7990, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 12‑11‑2003
- Wetingang
art. 6:74, 6:101, 6:102, 6:228, 6:236 sub k BW; Rv art. 150; NRgte 2002; Wte 1995; Besluit toezicht effectenverkeer; Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995
Essentie
Financieel adviseur toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn adviesovereenkomst met een particuliere wederpartij door verkeerde en onvoldoende voorlichting over effectenleaseproduct van Labouchere. Labouchere toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens haar wederpartij op grond van de effectenlease-overeenkomst nu Labouchere bij de totstandkoming van die overeenkomst haar informatieverplichtingen op grond van art. 28 Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999 onvoldoende is nagekomen. Dexia is als rechtsopvolgster van Labouchere aansprakelijk voor de schade als gevolg van deze wanprestatie. Ambtshalve toepassing art. 6:236 sub k BW. Eigen schuld wederpartij. Hoofdelijke vergoedingsplicht financieel adviseur en Dexia gesteld op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.