De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/9.2.3.1:9.2.3.1 Inleiding
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/9.2.3.1
9.2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS382369:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als nakoming van de verplichting om een specieszaak te leveren onmogelijk is geworden, dringt zich de vraag op of de schuldeiser uit hoofde van zijn recht op nakoming een vervangende prestatie kan vorderen. Naar zijn aard kan de vervangende prestatie niet exact overeenstemmen met de toegezegde speciesverbintenis. Kortom, wat is in zo'n geval de bandbreedte van het recht op nakoming?
In par. 9.2.3.2 verdedig ik de stelling, dat wanneer de verplichting om een specieszaak te leveren onmogelijk wordt, de schuldeiser in het kader van zijn recht op nakoming onder omstandigheden recht heeft op een vervangende prestatie, al zal die prestatie enigszins afwijken van de aanvankelijk toegezegde prestatie. In par. 9.2.3.3 behandel ik de gezichtspunten aan de hand waarvan kan worden bepaald of de vervangende prestatie als nakoming of als schadevergoeding in natura moet worden gekwalificeerd. Voor de schuldeiser is het in verband met zijn stelplichten (al dan geen tekortkoming vereist) van belang of hij de vervangende prestatie alleen als schadevergoeding in natura of ook uit hoofde van zijn recht op nakoming kan vorderen.1 Voor de schuldenaar is het van belang om te weten of hij zich van zijn verbintenis kan bevrijden door een vervangende prestatie te leveren.