Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.5.2
14.5.2 Het ruilbod
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS371183:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Nieuwe Weme rechtvaardigt deze optie vanuit de wens om financieringsproblemen voor de bieder te voorkomen, zie Nieuwe Weme 2004, p. 42-43 en p. 206.
Art. 5 lid 5 bepaalt: “Wanneer de door de bieder geboden tegenprestatie niet bestaat uit liquide effecten die tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten zijn, moet als alternatief ook een tegenprestatie in geld worden geboden.”
Zie in het kader van het vrijwillig bod Roelvink 2012, p. 365; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/608h en Hooghoudt/Groothuis 2008, p. 455 e.v.
In de context van het vrijwillig bod kwam dat tot nu toe een keer voor hij het bod van Sivex Agro op Begemann, zie AFM 2011 – 10 jaar AFM toezicht op openbare biedingen, p. 66-67.
Anders: Nieuwe Weme 2004, p. 209 en De Kluiver 1998, p. 257.
Waarmee niet is gezegd dat deze waardering eenvoudig zal zijn; de wetgever heeft hiervoor ook geen handvatten geboden, zoals in andere lidstaten wel het geval is. Zie bijvoorbeeld Rule 9.5, Note 2 City Code.
Indien de OK wordt verzocht de billijke prijs aan te passen ex art. 5:80b Wft kan zij niet een hogere prijs in effecten vaststellen, aldus ook Josephus Jitta 2013 (T&C Ondernemingsrecht Effectenrecht), art. 26 Bob Wft.
Zie hierover voor Duitsland Faden 2008, p. 263.
Hierover in algemene zin Hooghoudt/Groothuis 2008, p. 458-459.
Deze omstandigheid deed zich voor bij het vrijwillige bod op Roto Smeets Group NV in 2010 (hetgeen nooit is uitgebracht). Een grote groep aandeelhouders had zich reeds gecommitteerd tot het kiezen voor de aangeboden ruil-component, zie voor details de openbare kennisgeving van het voorgenomen bod van 8 september 2010. Zie ook “Riva haalt RSG van de beurs”, HFD 10 oktober 2010. In 2015 slaagde een nieuwe poging. Dit keer betrof het een bod van een aantal grootaandeelhouders op de niet-genoteerde subholding Roto Smeets Group BV, zie ook § 15.2.8.2. sub IV en § 15.2.10.3.
Het is in beginsel toegestaan om de bij het verplicht bod te bieden prijs uitsluitend in effecten (ruilbod) te laten luiden (art. 5:80a lid 4 en art. 26 lid 1 Bob Wft).1 Dit is enkel toegestaan als het liquide effecten betreft die zijn toegelaten tot de handel op een reglementeerde markt (art. 26 lid 2 Bob Wft). Wordt hieraan niet voldaan, dan moet in ieder geval een cash-component in de biedprijs zitten. Dit staat niet met zoveel woorden in de wet, maar een verbod op het uitbrengen van een ruilbod in illiquide effecten lijkt mij – mede gelet op de tekst van de richtlijn2 – niet nodig.
Een vraag die in de praktijk kan rijzen bij het verplicht bod in geval van acting in concert is of de billijke prijs kan bestaan uit aandelen in een andere vennootschap dan de bieder, uiteraard binnen de grenzen van art. 26 lid 2 Bob Wft. Ik zou menen dat dit mogelijk is.3 Indien een van de concert parties het bod uitbrengt kan worden gekozen voor effecten van deze partij, van een andere concert party, van groepsmaatschappijen van een van de concert parties4 of zelfs van een op geen enkele wijze bij het samenwerkingsverband betrokken derde. Dit laatste acht ik overigens in de praktijk ondenkbaar.
Ik zou niet willen eisen dat de vennootschap waarvan effecten worden aangeboden geen controlerende aandeelhouder mag hebben.5 De billijke prijs-regels bevatten voldoende waarborgen ter bescherming van minderheidsaandeelhouders; de waardering van de aandelen van een gecontroleerde onderneming – met daarin verdisconteerd de aanwezigheid van die controlerende partij – zal evengoed aan de daaraan gestelde voorwaarden moeten voldoen.6 Bovendien kunnen minderheidsaandeelhouders zich tot de OK wenden met het verzoek om een hogere prijs.7
Bij een ruilbod zou zich (theoretisch) het geval voor kunnen doen dat een grote aandeelhouder in de doelvennootschap overwegende zeggenschap verwerft in de bieder en dus biedplichtig wordt.8 Een keuzebod9 kan hierbij wellicht uitkomst bieden. Ik zou overigens menen dat indien aandeelhouders van de doelvennootschap afspraken maken over het kiezen voor de effecten-component10 er nog geen sprake is van acting in concert; dat is alleen aan de orde als de afspraken daarnaast zien op controle-gerelateerde onderwerpen (zie daarover uitgebreid hoofdstuk 7).