V-N 2025/8.1.4
Vrijstelling PVV voor Rijnvarende terecht geweigerd. Lopende procedure HR
Hof Arnhem-Leeuwarden 29-10-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6693
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
29 oktober 2024
- Zaaknummer
BK-ARN 23/1344
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Internationale sociale zekerheid / Bijzondere onderwerpen
Premieheffing (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2024:6693, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 29‑10‑2024
- Wetingang
art. 73 lid 2 Verordening (EEG) 987/2009; art. 57 en 58 Wfsv; art. 3.146, 3.84 en 9.2 Wet IB 2001; art. 11 lid 1 onderdeel j en 13a Wet LB 1964
Essentie
Vrijstelling PVV voor Rijnvarende terecht geweigerd. Lopende procedure HR
Samenvatting
X heeft de Nederlandse nationaliteit en werkt in 2017 voor een Liechtensteinse vennootschap. In dat verband heeft X als Rijnvarende werkzaamheden verricht aan boord van een binnenvaartschip. Eigenaar en exploitant van het schip is een in Nederland gevestigde vennootschap. In de aangifte IB/ PVV 2017 verzoekt X onder meer om een vrijstelling van PVV over 2017. De inspecteur weigert dit, verwijzend naar een A1-verklaring van de SVB die stelt dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is. X gaat in beroep tegen de aanslag IB/PVV 2017, maar Rechtbank Gelderland verklaart ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.