type: CBcoll:
Rb. Amsterdam, 15-01-2014, nr. 554147 / KG RK 13-2443
ECLI:NL:RBAMS:2014:709
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
15-01-2014
- Zaaknummer
554147 / KG RK 13-2443
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBAMS:2014:709, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 15‑01‑2014; (Rekestprocedure)
Uitspraak 15‑01‑2014
Inhoudsindicatie
bezwaarschrift ex artikel 8 van de Wet Tarieven in Strafzaken (WTS) gegrond verklaard. In verband met het afleggen van een getuigenverklaring in een strafzaak heeft de griffier aan de getuige een vergoeding toegekend. De getuige heeft daartegen op grond van artikel 8 WTS bezwaar gemaakt, stellende dat hij zelfstandig ondernemer is en door het afleggen van een getuigenverklaring inkomsten heeft gederfd. De voorzieningenrechter overweegt dat uit het systeem van de Wet Tarieven in Strafzaken volgt dat enerzijds het financieel nadeel dat betrokkenen in verband met hun verschijnen voor de rechter lijden, zoveel mogelijk weg wordt genomen, maar anderzijds dat niet zodanige hoge vergoedingen worden toegekend dat betrokkenen een financieel voordeel kunnen genieten. Hoewel op grond van artikel 8 lid 1 onder e van het Besluit Tarieven in Strafzaken de vergoeding is vastgesteld op € 6,81 per uur, heeft de wet niets bepaald omtrent vergoedingen voor zelfstandig ondernemers. Dit leidt ertoe dat in de geest van de wet moet worden beslist. In het onderhavige geval brengt dit met zich dat een hogere vergoeding is toegekend.
Partij(en)
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rekestnummer: 554147 / KG RK 13-2443 MW/CB
Beschikking van 15 januari 2014
op het op 14 november 2013 ter griffie ingekomen bezwaarschrift ex artikel 8 van de Wet Tarieven in Strafzaken (WTS)
van :
[de getuige],
wonende te [woonplaats].
1. Gronden van de beslissing
1.1.
De voorzieningenrechter te Amsterdam heeft kennis genomen van het aangehechte bezwaarschrift.
1.2.
Op 7 november 2013 is aan [de getuige], verder te noemen [de getuige], een vergoeding toegekend van € 25,09 in verband met het afleggen van een getuigenverklaring in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen
[de verdachte] (parketnummer 13/650640-11). [de getuige] heeft geweigerd de toekenning vergoeding in ontvangst te nemen.
1.3.
De belanghebbende kan binnen 14 dagen na de toekenning van de vergoeding een bezwaarschrift indienen tegen de hoogte van de vergoeding.
1.4.
Bij brief van 7 november 2013, waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht, heeft [de getuige] tijdig bezwaar ingediend tegen de hoogte van de vergoeding.
1.5.
[de getuige] maakt bezwaar tegen de hoogte van de toegekende vergoeding. Hij stelt daartoe - samengevat - dat hij als zelfstandig ondernemer (zzp’er) een uurtarief van € 32,50 hanteert en dat hij door het afleggen van de getuigenverklaring 4 uur niet heeft kunnen werken. Ook is hij met eigen vervoer gekomen in plaats van met het openbaar vervoer. De kosten (benzine en parkeren) zijn al meer dan de toegekende vergoeding
1.6.
De griffier van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, in de persoon van [X], heeft op 13 december 2013 gereageerd op het bezwaar. Zij voert - samengevat - aan dat op grond van artikel 8 Wet Tarieven in Strafzaken de vergoeding € 6,81 per uur bedraagt, welke vergoeding ook is toegekend. De 3 uur tijdverzuim zijn gebaseerd op de duur van het verhoor (ongeveer 1 uur) en de reistijd (2 x 45 minuten). De reiskosten zijn berekend op basis van openbaar vervoer.
2. De beoordeling
2.1.
Op grond van de Wet Tarieven in Strafzaken kan aan getuigen een vergoeding voor tijdverzuim, of met tijdverzuim verband houdende noodzakelijke kosten worden gegeven, waaronder tevens valt te verstaan een vergoeding ter goedmaking van gederfde inkomsten die getuigen uit anderen hoofde zouden hebben genoten.
2.2.
Uit het systeem van de Wet Tarieven in Strafzaken volgt dat enerzijds het financieel nadeel dat betrokkenen in verband met hun verschijnen voor de rechter lijden, zoveel mogelijk weg wordt genomen, maar anderzijds dat niet zodanige hoge vergoedingen worden toegekend dat betrokkenen een financieel voordeel kunnen genieten.
2.3.
Hoewel op grond van artikel 8 lid 1 onder e van het Besluit Tarieven in Strafzaken de vergoeding is vastgesteld op € 6,81 per uur, heeft de wet niets bepaald omtrent vergoedingen voor zelfstandig ondernemers. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, leidt dit er echter toe dat in de geest van de wet moet worden beslist.
2.4.
Aannemelijk is geworden dat [de getuige] als zelfstandig ondernemer inkomsten heeft gederfd, omdat hij zijn beroep niet heeft kunnen uitoefenen. De voorzieningenrechter zal dan ook uitgaan van een uurvergoeding van
€ 32,50. [de getuige] heeft de door hem gestelde tijdverzuim van 4 uur echter niet nader toegelicht. Een tijdverzuim van 3 uur zoals door de griffier is berekend komt aannemelijker voor. Een bedrag van € 97,50 aan tijdverzuim komt dan ook in redelijkheid voor vergoeding in aanmerking.
Voor de berekening van de reiskostenvergoeding is de griffier uitgegaan van de gegevens van het openbaar vervoer. [de getuige] heeft ter zake de door hem gemaakte benzine- en parkeerkosten slechts volstaan met de mededeling dat de kosten hiervan meer zijn dan de hiervoor toegekende vergoeding. Zonder enige toelichting omtrent de noodzaak en de hoogte van zijn gemaakte (hogere) kosten, zal de voorzieningenrechter uitgaan van de reiskostenvergoeding zoals deze door de griffier is berekend.
2.5.
De vergoeding zal dan ook als volgt aan [de getuige] worden toegewezen.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
kent aan [de getuige] de onderstaande vergoeding toe:
reiskosten € 4,66
tijdverzuim € 97,50 (exclusief BTW)
totaal € 102,16
Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, op
15 januari 2014.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 15‑01‑2014