AB 2023/29
Schadevergoeding. Onrechtmatige uitzetting naar Pakistan. Relativering van formele rechtskracht en gezag van gewijsde. Toerekening.
ABRvS 08-09-2021, ECLI:NL:RVS:2021:2023, m.nt. C.N.J. Kortmann
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
8 september 2021
- Magistraten
Mrs. C.J. Borman, N. Verheij, B.P.M. van Ravels
- Zaaknummer
202003608/1/A2
- Noot
C.N.J. Kortmann
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS685064:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Verblijf
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:2023, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 08‑09‑2021
- Wetingang
Essentie
De staatssecretaris betoogt terecht dat er met de afwijzing van de asielaanvraag en de latere besluiten op de herhaalde asielaanvragen een grondslag voor rechtmatige uitzetting was. Dit laat echter onverlet dat appellant, door de terugwerkende kracht van de na de uitzetting verleende verblijfsvergunning, ten tijde van de uitzetting naar Pakistan de vluchtelingenstatus had en dus niet had mogen worden uitgezet.
Samenvatting
Een Pakistaanse man is na zijn uitzetting naar Pakistan het slachtoffer geworden van een groep moslimfundamentalisten en in het ziekenhuis opgenomen. Niet in geschil is dat hiermee sprake is geweest van een behandeling in strijd met het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.