NJ 2005, 207
Het verzoek van verdachte tot horen van getuigen moet per getuige specifiek aangeven waarover de getuige gehoord zal worden en het waarom daarvan. De eis van de RC hem vooraf de te stellen vragen te geven, vindt geen steun in het recht.
Rb. Roermond 04-02-2005, ECLI:NL:RBROE:2005:AS5456
- Instantie
Rechtbank Roermond
- Datum
4 februari 2005
- Magistraten
Mrs. P.H.J. Frénay, N.J.M. Ruyters, G.P.C. Dijkshoven-Sleebe
- Zaaknummer
04/997285-03
- LJN
AS5456
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROE:2005:AS5456, Uitspraak, Rechtbank Roermond, 04‑02‑2005
- Wetingang
Sv art. 208
Essentie
Het verzoek van verdachte tot horen van getuigen moet per getuige specifiek aangeven waarover de getuige gehoord zal worden en het waarom daarvan. De eis van de RC hem vooraf de te stellen vragen te geven, vindt geen steun in het recht.
Uitspraak
(Post alia:)
Beoordeling
De rechtbank overweegt het volgende
1
Op basis van artikel 208, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de verdachte tegen wie een gerechtelijk vooronderzoek is geopend, aan de rechter-commissaris een opgave doen van de getuigen die hij, in het kader van dat gerechtelijke vooronderzoek, gehoord ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.