NJF 2005, 240
Procesrecht. Onbevoegdheid Nederlandse rechter? Nederlandse eiser en Engelse gedaagde hebben met elkaar onderhandeld over totstandkoming overeenkomst. Eiser vordert schadevergoeding wegens afgebroken onderhandelingen. Op grond van art. 2 EG-Verordening nr. 44/2001 (EEX-Vo) is in beginsel de woonplaats van gedaagde bepalend voor de bevoegdheid van de rechterlijke autoriteit.
Rb. 's-Hertogenbosch 04-05-2005, ECLI:NL:RBSHE:2005:AT5198
- Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Datum
4 mei 2005
- Magistraten
Mr. W.M. Callemeijn
- Zaaknummer
108445/HAZA04-707
- LJN
AT5198
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBSHE:2005:AT5198, Uitspraak, Rechtbank 's-Hertogenbosch, 04‑05‑2005
- Wetingang
Brussel I
Essentie
Procesrecht. Onbevoegdheid Nederlandse rechter? Nederlandse eiser en Engelse gedaagde hebben met elkaar onderhandeld over totstandkoming overeenkomst. Eiser vordert schadevergoeding wegens afgebroken onderhandelingen. Op grond van art. 2 EG-Verordening nr. 44/2001 (EEX-Vo) is in beginsel de woonplaats van gedaagde bepalend voor de bevoegdheid van de rechterlijke autoriteit. De rechtbank oordeelt dat in casu art. 5 EEX-Vo niet van toepassing is en verklaart zich onbevoegd om van het geschil kennis te nemen.
Partij(en)
Pingo Poultry Products B.V., te Cuijk, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, proc. mr. J.E. Lenglet,
tegen
Boparan Holdings Ltd., te Smethwick (Groot-Brittanië), gedaagde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.