Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.8.3
2.8.3 De straftoemetingsbepalingen, kwijtschelding
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS466899:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Voetnoten
Voetnoten
Zie Memorie van Toelichting op de artikelen 17 tot en met 20 (TK, vergaderjaar 1932-1933, 305, nr. 3, p. 6).
Slagmolen (1951) vermeldt dat geen verhoging volgde in geval van dwaling, verschoonbaar verzuim en ‘vrijwillige aanmelding van begane onjuistheden’.
In artikel 21a van het Besluit op de Loonbelasting 1941 hanteert de wetgever de term ‘verschoonbaar verzuim’. De herkomst van deze term heb ik niet helder gekregen. Maar ‘verschoonbaar’ lijkt mij op voorhand ruimer dan ‘onvrijwillig’.
De kwijtschelding van de verhoging van artikel 28 Wet OB 1933 is geregeld in artikel 29 Wet OB 1933. In dit artikel wordt verwezen naar artikel 16 Wet OB 1933. Het eerste lid van artikel 16 Wet OB 1933 formuleert een vrij algemene kwijtscheldingsbevoegdheid voor de Minister van Financiën. In het tweede lid van artikel 16 Wet OB 1933 worden wederom ‘dwaling of onwillekeurig verzuim’ als specifieke gevallen voor teruggaaf van belasting genoemd. Opmerkelijk is nu dat de kwijtscheldingsbepaling ten aanzien van de navorderingsaanslag, artikel 29 Wet OB 1933, alleen verwijst naar het eerste lid en niet naar het tweede lid van artikel 16 Wet OB 1933. Hieruit zou geconcludeerd kunnen worden dat de wetgever niet (langer) het oog had op kwijtschelding in geval van dwaling of onwillekeurig verzuim in geval van navordering, mede gezien het feit dat het initiële wetsvoorstel juist wél voorzag in die mogelijkheid.1 Hoe het ook zij, de ambtelijke voorschriften voorzagen uiteindelijk wel in kwijtschelding van navordering bij dwaling en onwillekeurig verzuim, waarmee overigens de visie van de wetgever mijns inziens nog geen gegeven is.2
Ook merk ik op dat de wetgever hier heeft gekozen voor de term ‘onwillekeurig verzuim’ in plaats van het tot dan toe vigerende ‘onvrijwillig verzuim’ (zie de hiervoor beschreven kwijtscheldingsregelingen in andere materiewetten).3 Beide begrippen zijn echter naar mijn mening in taalkundige zin niet hetzelfde. ‘Onwillekeurig’ betekent ‘niet opzettelijk’ en ‘onvrijwillig’ wordt ook vertaald als ‘gedwongen’. Waarom de wetgever voor deze andere bewoordingen heeft gekozen, is mij niet geheel duidelijk.