NJ 1973, 518
Rb. Alkmaar, 29-06-1972
Rb. Alkmaar 29-06-1972, ECLI:NL:RBALK:1972:AC5248, m.nt. D.J. Veegens
- Instantie
Rechtbank Alkmaar
- Datum
29 juni 1972
- Magistraten
Schimmelpenninck, Reisig, Vrij
- Zaaknummer
[1972-06-29/NJ_54408]
- Noot
D.J. Veegens
- LJN
AC5248
- JCDI
JCDI:ADS158605:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBALK:1972:AC5248, Uitspraak, Rechtbank Alkmaar, 29‑06‑1972
- Wetingang
BW art. 1103; BW art. 1104; BW art. 1105; BW art. 1106; BW art. 1107; BW art. 1108; BW art. 1109; BW art. 1110; BW art. 1111; Rv (oud) art. 4; Rv (oud) art. 56
Samenvatting
De gedaagden, die ten tijde van de dagvaarding de gezamenlijke erfgenamen van de debiteur vormden, verwerpen diens nalatenschap na het dienen van eis.
1. Hun enkele verschijnen bij procureur tevoren was geen daad van aanvaarding.
2. Eiseres niet ontvankelijk in de verlangde vaststelling van haar vordering op de opvolgende erven, omdat dezen in dit geding geen partij zijn, hoewel gedaagden in de dagvaarding als ‘de gezamenlijke erfgenamen’ waren aangeduid.
3. Griffierechten, kosten dagvaarding, roepgeld en procureurssalaris, conclusie van eis voor rekening gedaagden; overige kosten van eiseres (repliek) nodeloos aangewend en dus voor haar rekening.*
* Zie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.