NJ 1980, 66
HvJ EG, 05-04-1979, nr. 148/78
HvJ EG 05-04-1979, ECLI:EU:C:1979:110
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
5 april 1979
- Magistraten
Mertens De Wilmars, Pres, Mackenzie Stuart, Pescatore, Sorensen, O’ Keeffe, Bosco, Touffait
- Zaaknummer
148/78
- LJN
AB7348
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1979:110, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 05‑04‑1979
- Wetingang
Essentie
Richtlijnen van de Gemeenschap; werking en tenuitvoerlegging.
Samenvatting
1. Een Lid-Staat mag zijn nationale, nog niet aan een richtlijn aangepaste wetgeving — ook indien deze in strafbedreigingen voorziet —, na de voor de uitvoering van die richtlijn gestelde termijn niet toepassen op degene die overeenkomstig de bepalingen van die richtlijn handelt.
2. Uit het stelsel van richtlijn nr. 73/173 volgt dat een Lid-Staat in zijn nationale wettelijke regeling geen voorwaarden mag opnemen die meer restrictief of zelfs meer gedetailleerd, althans anders zijn dan die welke in de richting zijn voorzien.
3. Wanneer met toepassing van art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.