NJ 1983, 305
HvJ EG, 16-06-1981, nr. 166/80
HvJ EG 16-06-1981, ECLI:EU:C:1981:137, m.nt. J.C. Schultsz
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
16 juni 1981
- Magistraten
Mertens De Wilmars, Pescatore, Mackenzie Stuart, O’ Keeffe, Bosco, Touffait, Due, Everling, Chloros
- Zaaknummer
166/80
- Noot
J.C. Schultsz
- LJN
AC0436
- JCDI
JCDI:ADS144180:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1981:137, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 16‑06‑1981
- Wetingang
EEX-Verdrag art. 27
Essentie
Verzet tegen exequatur. ‘Stuk dat het geding inleidt’ in de zin van art. 27 aanhef en onder 2 EEG-Executieverdrag. De aangezochte rechter dient te onderzoeken of de betekening of mededeling van dit stuk zo tijdig is geschied als met het oog op de verdediging van de verweerder nodig is.
Samenvatting
Art. 27 sub 2 Verdrag van 27 sept. 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd:
1. Het begrip ‘stuk dat het geding inleidt’ heeft mede betrekking op een stuk, zoals het Duitse bevel tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.