NJ 1986, 602
HvJ EG, 11-07-1985, nr. 221/84
HvJ EG 11-07-1985, ECLI:EU:C:1985:337
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
11 juli 1985
- Magistraten
Due, Kakouris, Everling, Galmot, Joliet
- Zaaknummer
221/84
- LJN
AC2063
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1985:337, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 11‑07‑1985
- Wetingang
EEX-Verdrag art. 17
Essentie
EEG-Executieverdrag. Geldig bevoegdheidsbeding bij mondelinge overeenkomst.
Samenvatting
Art. 17 eerste alinea Verdrag van 27 sept. 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd, dat aan het aldaar gestelde vormvereiste is voldaan, wanneer vaststaat dat de aanwijzing van een bevoegde rechter bij een uitdrukkelijk daarop betrekking hebbende mondelinge overeenkomst is geregeld, dat een van een der pp. afkomstige schriftelijke bevestiging van die overeenkomst door de andere partij is ontvangen en dat deze laatste geen bezwaar heeft gemaakt.
Partij(en)
Verzoek aan het hof krachtens art. 3Protocol van 3 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.