M en R 1992, 36
HvJ EG, 28-02-1991, nr. C-57/89
HvJ EG 28-02-1991, ECLI:EU:C:1991:89, m.nt. J.H. Jans
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
28 februari 1991
- Magistraten
Due, Mancini, O’ Higgins, Rodriguez Iglesias, Díez De Velasco, Slynn, Kakouris, Joliet, Schockweiler, Grévisse, Zuleeg, Van Gerven
- Zaaknummer
C-57/89
- Noot
J.H. Jans
- LJN
BG2591
- JCDI
JCDI:ADS879136:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Algemeen
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1991:89, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 28‑02‑1991
- Wetingang
EG-Richtlijn nr. 79/409 art. 4
Essentie
Lidstaten beschikken over een zekere beoordelingsmarge bij het aanwijzen van speciale beschermingszones voor vogels. Minder beoordelingsruimte is er bij het verkleinen van de oppervlakte van dergelijke zones. Dit mag alleen wanneer er algemene belangen van hogere orde dan het milieubelang in het geding zijn, zoals bescherming van de kust tegen het gevaar voor overstromingen. Economische en recreatieve belangen kunnen niet in aanmerking komen. Introductie van het beginsel van ecologische compensatie.
Uitspraak
Commissie tegen Duitsland
1. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 28 febr. 1989, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens art. 169 EEG-Verdrag ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.