JAR 1997, 107
HvJ EG, 09-01-1997, nr. C-383/95: Rutten
HvJ EG 09-01-1997, ECLI:NL:XX:1997:AC0718 (Rutten)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
9 januari 1997
- Magistraten
Mrs Mancini, Murray, Kakouris, Ragnemalm, Schintgen
- Zaaknummer
C-383/95
- LJN
AC0718
- Roepnaam
Rutten
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:XX:1997:AC0718, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 09‑01‑1997
- Wetingang
EEX-Verdrag 1968 art. 5 onder 1
Samenvatting
Een Nederlandse werknemer treedt in dienst van een in Nederland gevestigde dochteronderneming van een Engelse vennootschap. Na 10 maanden wordt de arbeidsovereenkomst beëindigd en treedt de werknemer in dienst bij de Engelse vennootschap. De werknemer verricht zijn werkzaamheden voor 1/3 in het buitenland vanuit zijn in Nederland gevestigde kantoor. Zijn salaris wordt in Engelse ponden uitbetaald. Na 16 maanden volgt ontslag en de werknemer vordert achterstallig salaris. De Kantonrechter verklaart zich bevoegd, doch de Rechtbank vernietigt het vonnis. De Hoge Raad heeft twijfels over art. 5 sub 1 EEX en stelt het Europese Hof van Justitie enige vragen over ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.