RSV 1998, 244
HvJ EG, 11-06-1998, nr. C-275/96
HvJ EG 11-06-1998, ECLI:EU:C:1998:279, m.nt. F.W.M. Keunen
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
11 juni 1998
- Magistraten
Jacobs
- Zaaknummer
C-275/96
- Noot
F.W.M. Keunen
- LJN
ZB7726
- JCDI
JCDI:ADS872399:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1998:279, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 11‑06‑1998
- Wetingang
EG-Verord. nr. 1408/71 art. 2 lid 1; EG-Verord. nr. 1408/71 art. 4 lid 1; EG-Verord. nr. 1408/71 art. 13 lid 2 onder a; EG-Verord. nr. 1408/71 art. 13 lid 2 onder ƒ (tekst Verord. nr. 2195/91) art. 73; EG-Verord. nr. 1408/71 art. 13 lid 2 onder ƒ (tekst Verord. nr. 2195/91) art. 74; EG-Verord. nr. 1408/71 art. 13 lid 2 onder ƒ (tekst Verord. nr. 2195/91) art. 94
Essentie
Oogmerk invoeging artikel 13 lid 2 sub ƒ in Vo. nr. 1408/71; opvulling lacune, gesignaleerd in arrest Ten Holder (RSV 1987/24); toepasselijkheid derhalve niet beperkt tot het geval van definitieve stopzetting van elke beroepswerkzaamheid.
Kwalificatie Zweedse ouderschapsuitkering als gezinsbijslagen. Artikelen 73 en 74 van Vo. nr. 1408/71 niet toepasselijk, wanneer noch de (al dan niet werkloze) werknemer of zelfstandige, noch zijn gezinsleden ooit in een andere Lid-Staat hebben gewoond dan die waarvan de wettelijke regeling ingevolge titel II op hem van toepassing was.
Samenvatting
1. EG-Verordening nr. 1408/71 is van toepassing op een persoon die, toen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.